
ExTraits
Voor iedereen die zich bewust is van de dramatische ontwikkeling van de klimaatverandering, is steenkool een taboe geworden: het roept beelden op van open mijnen of ondergrondse galerijen, ongepaste grondstofwinning, uitbuiting van goedkope arbeidskrachten en sociaal geweld.
Steenkool is de bijzonder smerige vertegenwoordiger/ambassadeur van een vuile economie. En toch is het van een aangrijpende schoonheid. Steenkool zegt iets over ons, over ons heden. Het belichaamt de afgezette herinnering aan een industrieel tijdperk dat naïef zou zijn om naar de vergetelheid van de geschiedenis te verbannen.
De mijnwerker, een figuur die wordt geassocieerd met het vervlogen verleden van het industriële tijdperk – terwijl hij nog steeds actief is in de mijnen van Colombia, China, Polen, Duitsland of Rusland – is een tragische figuur die door de vele uren die hij dagelijks in de diepten van de aarde doorbrengt, is veranderd in een spook dat rondwaart in een collectief onderbewustzijn dat doordrenkt is van hebzucht en schuldgevoelens.
Ik wil deze organische en eeuwenoude materie die steenkool is, dit duistere personage, deze verblindende cycloop van de moderne tijd die de mijnwerker is, confronteren met een realiteit die ons uiteindelijk veel vertrouwder, alledaagser en eigentijdser is: de realiteit van de digitale, gedematerialiseerde economie, de economie van de klik, van streaming, van Deliveroo en Amazon, die ogenschijnlijk zoveel schoner en groener is. Deze confrontatie wil ik uitdrukken in termen van overschot, overdaad, ‘restanten’ en afval.